Visie
Yellow Art is een project waarin mensen
met een psychische stoornis samenwerken met anderen aan kunstprojecten.
Daarbij vervalt het onderscheid tussen het al dan niet psychisch
gestoord zijn ten voordele van een verwantschap vanuit de artistieke
activiteit.
In
een ongedwongen maar toch serieuze werksfeer krijgen de deelnemers
de ruimte om te experimenteren en hun eigen artistieke project uit
te werken buiten de therapeutische context. Bedoeling is dat zij
een persoonlijk oeuvre creëren en na verloop van tijd met hun
werk in de openbaarheid treden buiten het circuit van de geestelijke
gezondheidszorg.
We stappen af van het beoordelingssysteem ‘normaal
versus ziek/gehandicapt‘ en overstijgen het verschil tussen
pathologische en normale kunst. Yellow Art neemt initiatieven op
kunstgebied en verdedigt de belangen van deelnemers met artistieke
interesses en kwaliteiten.
Om de opening naar de samenleving en de kunstwereld
te verzekeren, worden regelmatig workshops met kunstenaars georganiseerd,
tentoonstellingen en kunstprojecten opgezet. Om dit soort activiteiten
te kunnen organiseren, is het belangrijk dat het kunsthuis niet
geïsoleerd optreedt maar functioneert binnen het kunstgebeuren
in de gemeente en de ruimere regio. Dit werkt niet alleen inspirerend
en verrijkend, maar ook destigmatiserend.
Zie ook presentatie
Yellow Art (powerpoint, opent in nieuw venster)
Bij een goed kunstwerk stel je niet de vraag of iemand
psychische problemen heeft. Of hoe Rutger Kopland het verwoordde:
| Wie kijkt naar een kunstwerk
om de maker te leren kennen, zijn of haar binnenwereld, die
kijkt op de verkeerde plaats. In plaats van te vragen wie de
kunstenaar is, wat hem of haar bewogen heeft om te boetseren,
te schilderen of te tekenen, tot hij of zij tegen zichzelf zei:
‘zo is het’, kan men beter bij zichzelf nagaan wat
het kunstwerk in de eigen ziel teweegbrengt: de ervaring van
‘zo is het’ of ‘zo is het niet’. Het
interessante is dat het ‘zo is het gevoel’ geen
enkele vraag oproept naar ‘de ander’, ‘de
maker’, terwijl dat ‘zo is het niet gevoel’,
dat juist wel doet, alsof die zich aan je opdringt en zich tegelijk
verschuilt. |
|
|