logo OPZ Geel
maak uw taalkeuze
homealgemeenurgentiewerkencontactnieuwssitemaplinks
Ga naar de introductiepagina van deze rubriek
Persbericht
Ongedwongenheid
LunchcauserieŽn
Avondseminaries
Studiedag 2017
Studiedag 2016
Studiedag 2015
Symposium 2014 Gezinsverpleging
Studiedag 2014
Studiedag 2013
Programma
Abstracts
Presentaties
Studiedag 2012
Studiedag 2011
Studiedag 2010
Studiedag 2009
Studiedag 2008
Studiedag 2007
Nieuwsbrief
Projecten
Publicaties

*Volwassenen
*Ouderen
*Jongeren
*PatiŽntenzorg

Negende studiedag Klinische psychotherapie - donderdag 5 december 2013: Jongeren in therapie - Abstracts

Samen Zorg Dragen: hoe kunnen kinderen, hulpverleners en de context samen de verantwoordelijkheid dragen in het hulpverleningsproces?

Anik Serneels, klinisch psychologe, relatie- en gezinstherapeute, specialisatie narratieve therapie (Dulwich Centre, Australië), werkzaam in ZNA UKJA en in Plan B, Groepspraktijk voor Kind en Context (Antwerpen), en opleider in Rapunzel.

Wanneer kinderen worden aangemeld voor hulpverlening voelen de zorgfiguren zich vaak machteloos en hebben ze geen voeling meer met hun eigen mogelijkheden en veerkracht en deze van het aangemelde kind. Hulpverleners voelen zich op hun beurt aangesproken om kinderen en hun context te verlossen van het probleem en een oplossing voor te schrijven. Binnen onze samenleving wordt van hulpverleners verwacht dat ze als experten de beste behandeling kunnen bieden aan deze kinderen, jongeren en gezinnen. Hierdoor komen cliënten met een bepaalde verwachting op gesprek en komt de verantwoordelijkheid voor het veranderingsproces vooral bij de hulpverleners terecht. Kinderen en zorgfiguren krijgen zo impliciet de boodschap dat ze zelf geen kennis hebben over het probleem en geen invloed kunnen uitoefenen op de huidige situatie. Dit werkt bij kinderen en hun context een gevoel van machteloosheid, falen en passiviteit in de hand, en bij hulpverleners bestaat het risico op burn-out.

Het narratieve gedachtegoed biedt heel wat mogelijkheden om werkelijk samen met kinderen en de context hoopvolle perspectieven te creëren. Het uitgangspunt is dat kinderen en zorgfiguren altijd actief omgaan met problemen en dat ze over kennis en vaardigheden beschikken. Zodoende kunnen hulpverleners, kinderen en de context samen de kracht vinden om te handelen in confrontatie met moeilijkheden.


Beleidsperspectief: van samenwerking tot ketenzorg – over het beleidsmatig en gelijktijdig afstemmen op verschillende niveaus.

Dr. Jean-Pierre Vanhee, sociaal agoog, algemeen directeur Intersectorale Toegangspoort, Agentschap Jongerenwelzijn.

Wat leert 4 jaar experimenteren met ‘intersectoraal prioritaire hulpvragen’ van kinderen en jongeren en hun ouders, met complexe hulpvragen? Dat er veel verschillende factoren en actoren meespelen.

Wanneer we voor deze jongeren hulp willen organiseren, moeten we vaak een combinatie van hulpaanbod (uit verschillende disciplines en sectoren) en van hulpverlenend engagement - één hulpverlener alleen gaat de uitdaging niet aan - voorzien. De problematieken waarmee de cliënten ons confronteren, zijn immers gelaagd.

Daarom moet het beleidsmatig kader - dat de organisatie van die hulp wil faciliteren - ook gelaagd zijn. Er zijn twee bestuurlijke niveaus bij betrokken, elk met hun regelgevend en financierend kader, en meerdere experten en expertises. Ook de cliënt zelf wordt best zo nauw mogelijk betrokken bij de inzet van meerdere soorten middelen. De organisatie van die combinaties van hulp vereist tevens de nodige creativiteit van de hulpaanbieders, want het categoriale aanbod volstaat niet.

Toch willen we evolueren van een casusgericht zoeken naar combinaties van hulp naar een meer structurele kadering van deze praktijk voor de ‘doelgroep’. Dat vereist naast het voluntarisme van hulpverleners heel wat regelgevende en organisatorische afstemming; afstemming, waar helaas niet altijd voldoende legaal-juridische ruimte voor is, denk maar aan het thema van de toepassing van het (medisch) beroepsgeheim. Toch moeten we samen op structurele basis hulpverlenend kunnen samenwerken. Daarom stel ik voor om van de uitzondering de regel te maken: in overeenstemming met de regels voor zover mogelijk, in overeenstemming met elkaar voor zover nodig.


Therapeutisch-klinisch perspectief: “samen delen - samen spelen?” over noodzaak en valkuilen van gedeelde zorg.

Dr. Sarah Van Grieken, kinder- en jeugdpsychiater Ambulante zorg/Outreach Mol en Mobiel team POS-MOF OPZ Geel.

Op het vlak van beleid, organisatie en wetenschap staat de noodzaak van gedeelde zorg voor kinderen en jongeren de laatste jaren in de schijnwerpers.
Op therapeutisch-klinisch vlak is gedeelde zorg in de praktijk al langer aan de orde en al meer een gewoonte geworden. Het is lang geen uitzondering meer. ‘Multidisciplinair’, ‘biopsychosociaal’, ‘casemanagement’, ‘netwerktafels’,..., zijn namelijk termen die in elk diagnostisch bilan of behandelplan standaard voorkomen.

Van Grieken staat stil bij haar ervaringen als kinder-en jeugdpsychiater met betrekking tot de noodzaak van gedeelde zorg voor kinderen en jongeren met complexe problematieken. Ze gaat in op het belang ervan en op de noodzaak van een goed samenspel tussen de diverse partners in de zorg. Daarnaast besteedt ze ook aandacht aan de valkuilen, en specifiek aan het gegeven dat gedeelde zorg in bepaalde omstandigheden contraproductief kan werken.


Sessie 1: Experten in dialoog.

Dr. Liesbet Debaere, kinder- en jeugdpsychiater Reguliere K-dienst/Leefgroep Kids OPZ Geel, Stefanie Gielkens, opvoeder Reguliere K-dienst/Leefgroep Kids OPZ Geel, Nathalie Peeters, psychologe, casemanager Forensische K-dienst OPZ Geel, en Lieve Verbruggen, ergotherapeute en creatief therapeute Reguliere K-dienst OPZ Geel.

Wanneer we ons buigen over een hulpvraag omtrent een kind, hebben zowel de context als de hulpverlener hun eigen expertise. Deze veelzijdige expertise willen we bewaren, niet alleen tijdens het vormen van een beeld omtrent het kind, maar ook bij het opstellen van een handelingsplan. Daarom starten we niet alleen, maar eindigen we ook in een actieve dialoog en nodigen we de mensen van de context uit op het teamoverleg. Dit zorgt ervoor dat de participatiegraad op het tempo van de context groeit doorheen de opname.

Aan de hand van een casus doorlopen we een dergelijk proces. We willen de deelnemers via actieve deelname laten ervaren hoe mensen dit proces beleven.


Sessie 2: Het thema begrenzing verruimd.

Caroline Boonen, orthopedagoge, onderwijscoördinator en casemanager Forensische K-dienst OPZ Geel, en Jan Hermans, gegradueerd verpleegkundige, leefgroepleider Forensische K-dienst OPZ Geel.

Begrenzen is een vaak terugkerend thema binnen onze leefgroepwerking, maar ook in het coachen van instellingen en in het werken met de ouders. We merken dat het een ruimomvattend thema is dat veel verder gaat dan straffen en belonen.

Binnen deze workshop willen we het thema begrenzing verruimen. We werken met verschillende invalshoeken rond begrenzing. Zo bekijken we samen met de deelnemers hoe we op basis van relationele factoren, persoonsgebonden factoren, ontwikkelingsfactoren, de denkontwikkeling, etc., de wijze waarop we begrenzen, aanpassen aan de persoon voor ons. We staan ook stil bij de manier waarop deze vorm van begrenzen kan ingepast worden in de structuur van een afdeling.


Sessie 3: Kinderen in zorggezinnen.

Dr. Joke Joossens, kinder- en jeugdpsychiater Ambulante zorg en Mobiel team Kinderen en Jongeren OPZ Geel, en dr. Ann Spaepen, kinder- en jeugdpsychiater MPI Oosterlo.

In het verlengde van de Geelse traditie van de gezinsverpleging, organiseert het OPZ Geel sinds enkele jaren opnieuw psychiatrische pleegzorg voor minderjarigen.

In de presentatie wordt deze werking uitgebreid voorgesteld en wordt teruggeblikt op 3 jaar ‘Kinderen in Zorggezinnen’. Gezamenlijk belichten Joke Joossens, kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan het OPZ Geel, en Ann Spaepen, kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan het MPI Oosterlo, het unieke van deze zorgvorm, waarin kinderpsychiatrie en VAPH elkaar ontmoeten. Aan de hand van concrete casussen lichten zij toe voor welke jongeren deze zorgvorm noodzakelijk is in verband met hun ontwikkeling (opvulling van een lacune in het hulpverleningslandschap) én voor welke jongeren deze zorgvorm vooral een meerwaarde is in functie van hun ontwikkelingskansen (gezondheidseconomische overwegingen).


Sessie 4: Mobiel Team Jongeren OPZ Geel, waar psychiatrie en pedagogie elkaar ontmoeten.

Paul De Win, orthopedagoog en psychotherapeut, Mobiel Team Kinderen en Jongeren OPZ Geel, en Annemie Wauters, orthopedagoge, teamcoördinator Mobiele teams Jongeren OPZ Geel.

Het Mobiel Team Kinderen en Jongeren van het OPZ Geel bestaat sinds 2005. Bij de aanvang van het project lag het accent duidelijk op het opnamevermijdend werken. Het uitgangspunt was dat ouders de mogelijkheid hadden om de behandeling van hun kind te laten plaatsvinden in hun vertrouwde omgeving. In de loop van de jaren werd duidelijk dat het voordeel van een behandeling aan huis groter is dan het louter vermijden van een opname in een psychiatrische setting. Met name de aandacht voor de opvoedingscontext biedt een specifieke meerwaarde.

In deze presentatie willen we aan de hand van enkele casussen concretiseren wat voor ons de essentie is van psychiatrische thuisbegeleiding bij kinderen en jongeren. We willen verhelderen wat naar onze mening de kritieke succesfactoren en de eventuele belemmeringen zijn in de behandeling van kinderen met een psychiatrisch probleem.


Sessie 5: Gedeelde zorg binnen de kinderpsychiatrie - delen met winst.

Nadine De Wachter, psychologe en systeempsychotherapeute Reguliere K-dienst OPZ Geel, Bonnie Raus, maatschappelijk werker Reguliere K-dienst OPZ Geel, en Jorinde Zajac, psychologe en cliëntgerichte kinderpsychotherapeute, casemanager Reguliere K-dienst OPZ Geel.

‘Gedeelde zorg’ maakt deel uit van de visie op kinderpsychiatrie in het OPZ Geel. Dit zorgaspect is op de afdeling geleidelijk aan gegroeid binnen het kader van intensief samenwerken met de verschillende systemen rondom het kind. Het is van toepassing op de kinderen zoals we ze kennen vanuit onze K-dienst en die een complexe kinderpsychiatrische problematiek hebben. Daar waar de draagkracht van de zorgcontext uitgeput geraakt, wordt tijdelijk mee ingestaan voor de zorg, en wordt, afhankelijk van de vraag en de verwachtingen, samen gezocht naar nieuwe perspectieven en/of ingangspoorten van aanpak.

In deze keuzesessie wordt aan de hand van casussen duidelijk gemaakt hoe verschillend ‘gedeelde zorg’ kan verlopen en waar het toe kan bijdragen. Met andere woorden: zorg delen kan onder verschillende vormen winst opleveren.


Plenaire slotlezing

Jongeren in therapie: aanbevelingen vanuit het perspectief van de samenleving.

Prof. dr. Peter Adriaenssens, kinder- en jeugdpsychiater, Kliniekhoofd Kinderpsychiatrie Observatiegroep Jonge Tieners & Urgentiegroep Kinderpsychiatrie LUK UZ Leuven en directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling van Vlaams-Brabant.

In deze plenaire slotlezing staat het perspectief van de bredere samenleving centraal. Van hieruit wordt het thema 'jongeren in therapie' belicht en geanalyseerd. Zo worden noden en lacunes in kaart gebracht. Aansluitend worden aanbevelingen naar het beleid toe geformuleerd en handvatten voor therapeuten en zorgverleners gegeven.

Tegen deze bredere achtergrond wordt de focus ook gericht op het aanbod van de divisie Jongeren van het OPZ Geel. Enerzijds blikt Peter Adriaenssens terug vanaf de eerste jaren van het bestaan van deze K-dienst (vanaf de oprichting in 2003) met aandacht voor de ontwikkeling en uitbreiding van het aanbod. Anderzijds geeft hij toekomstgerichte aanbevelingen vanuit het actuele aanbod.

Ga terug naar boven
Startpagina English homepage