Therapieën in tijden van evidencebased
behandelen
Donderdag 3 december 2009
Cultuurcentrum de Werft Geel
Situering
van de thematiek: kansen en bedreigingen
Dr. Walter Krikilion, dagvoorzitter, psychotherapeut
en theoloog, stafmedewerker Patiëntenzorg OPZ Geel en
verbonden aan de therapiepraktijk Centrum voor Levensbeschouwing
en Zingeving (Turnhout)
De context van evidencebased behandelen stelt diverse uitdagingen
aan het adres van (psycho)therapie. In deze inleiding wordt
er nader op ingegaan. Aansluitend worden kansen en bedreigingen
geschetst. Kansen zijn vooral gelegen in de toename van geobjectiveerde
expertise en van transparante communicatie over het aanbod.
Bedreigingen hebben vooral te maken met de vrees voor het
verlies van kwaliteit en van de eigenheid van het (psycho)therapeutisch
werk.
Psychotherapie en
EvidenceB(i)ased Psychiatrie: kansen, beperkingen en valkuilen
Dr. Joris Vandenberghe, psychiater en psychoanalytisch
psychotherapeut, UPC-KULeuven campus Gasthuisberg en Centrum
Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant-Oost, vestiging
Leuven volwassenen
De lezing bestaat uit drie delen:
- Wat is EvidenceBased Psychiatrie (EBP) en EvidenceBased
Medicine (EBM)? Kernbegrippen en historiek.
- EBP en psychotherapie: de empirisch ondersteunde behandelingen
- EBP biedt kansen voor de psychotherapie, maar ook bedreigingen
en valkuilen.
1. EBM is een algoritme om informatietechnologie en resultaten
van effectonderzoek te integreren in klinisch werk. Goed begrepen
EBM is een waardevolle en kritische bottom-upmethode, die
een dialectisch proces stimuleert om tot een gefundeerde behandelingskeuze
te komen, uitgaande van en in samenspraak met de individuele
patiënt en in discussie met de literatuur.
2. In psychotherapie zijn de de empirisch ondersteunde behandelingen
(Empirically Supported Therapy, EST) het equivalent van EBM.
Meer en meer therapeutische interventies worden empirisch
onderbouwd, en niet alleen cognitieve gedragstherapie. Naast
effect- of outcome-onderzoek (Wat werkt voor wie?) gebeurt
in de psychotherapie ook meer en meer procesonderzoek (Hoe
werkt het?).
3. Met EBM lopen wij ook het risico psychotherapie te benadelen,
en niet alleen door het niet-commerciële karakter van
psychotherapie. Psychotherapie kampt vooral met de modelincongruentie
met EBM en met moeilijkere toepasbaarheid van een gerandomiseerde
gecontroleerd onderzoek (Randomized Controlled Trial, RCT)
voor psychotherapeutische interventies.
EBM dreigt bovendien een ideologie te worden als men zich
niet bewust is van haar premissen en epistemologie. Ze is
niet waardevrij, maar wordt gestuurd door een impliciet objectivistisch
mensbeeld. Bij EBM plaatst men biomedische wetenschappen boven
menswetenschappen, empirie boven hermeneutiek en kwantitatief
boven kwalitatief onderzoek. Bij EBM ligt de nadruk op interne
validiteit en werkzaamheid; het risico daarvan is veronachtzamen
van kwalitatieve, moeilijk meetbare veranderingen, ecologische
validiteit, doeltreffendheid en generaliseerbaarheid van onderzoeksgegevens
naar de praktijk. In de context- en waardegevoelige psychiatrie
en psychotherapie stuit men nog meer op de beperkingen van
EBM. EBM is waardevol bij kritisch gebruik, met oog voor de
grenzen en de onderliggende filosofie, en als ze aangevuld
wordt met onder andere ValueBased Medicine (VBM). EBM leert
niet wat zinvol of waardevol is, terwijl VBM de explicitering
en de afweging ondersteunt van de waarden die in het geding
zijn.
Verdere toelichting en referenties, zie het artikel van Joris
Vandenberghe in het Tijdschrift voor Psychiatrie:
http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/zoeken/download.php?id=1770
'Meestertherapeuten’ en
het geheim van hun succes
Prof. Dr. Nele Stinckens, psychologe en cliëntgericht
psychotherapeute, docente, en onderzoekster Faculteit Psychologische
en Pedagogische wetenschappen, Onderzoeksgroep Psychotherapie,
Katholieke Universiteit Leuven. Daarnaast werkt zij in de
groepspraktijk voor psychotherapie Liraz
Onderzoek reveleert meer en meer dat therapie niet als ‘kunst’
te beschouwen is, maar wel als ‘kunde’. Om zich
te bekwamen in de ‘therapiekunde’, is een voortdurende
reflectie vereist.
Door oog te hebben voor de noden en verwachtingen van de diverse
betrokkenen kan een synergie worden gecreëerd waarvan
ieder beter wordt. De klinische praktijk kan zorgen voor meer
toegewijde onderzoekers en het onderzoek kan zorgen voor meer
deskundige therapeuten en zelfbewustere cliënten.
Het Leuvens Systematisch Case-study Protocol reikt een onderzoekskader
aan dat tegemoet komt aan de belangen en verwachtingen van
de verschillende betrokkenen.
Therapeuten willen verstaanbare informatie vergaren die voldoende
relevant is en een genuanceerde ‘inkijk’ geeft
in het therapiegebeuren. Voor cliënten is de gebruiksvriendelijkheid
en relevantie voor hun specifieke proces prioritair. Onderzoekers,
tenslotte, stellen zaken als betrouwbaarheid, validiteit,
hypothesevorming en -toetsing voorop. Om die reden is het
van belang dat therapiegegevens niet op een intuïtieve
of ondoordachte manier worden verzameld, maar dat er een gestructureerd
en systematisch onderzoekskader wordt gehanteerd.
Het LSCP biedt dergelijk kader aan. Door het in te zetten
als therapeutisch instrument krijgt men een extra-houvast
om zich verder te bekwamen tot ‘meestertherapeut’.
Sessie 1: 'Meestertherapeuten’
en het LSCP-model in de praktijk
Prof. dr. Nele Stinckens gaat nader in op het Leuvens Systematisch
Case-study Protocol als een model van praktijkgericht onderzoek
naar de effectiviteit van psychotherapie in het kader van
interne kwaliteitsborging. Ze beantwoordt vragen van de deelnemers
over de praktische implementatie ervan in de concrete therapiepraktijk.
Sessie 2: Muziek brengt
in beweging: practicebased evidence
Fanny Bauwens en Bike Verdonck, meesters in de muziek,
optie muziektherapie, muziektherapeuten OPZ Geel
Muziek brengt in beweging, een beweging binnen het discours
van practicebased evidence. Een discours dat in dialoog moet
gaan met de essentiële ongrijpbaarheid van de muziek.
Hoe kan een psychisch proces binnen de muziektherapie klinken
en tot ontwikkeling komen?
Een greep uit het onderzoeksveld binnen muziektherapie wordt
weergegeven. Casusmateriaal weerspiegelt de eigenheid van
de muziektherapeutische praktijk.
Sessie 3: Integratie van cranio-sacrale
technieken in de kinesitherapie: een waardevolle aanvulling
Fernand Saelen, licentiaat in de motorische revalidatie
en kinesitherapie, kinesitherapeut Centrale dienst kinesitherapie
OPZ Geel en verder werkzaam in rusthuis Ter Vest (Balen) en
in een eigen kinesitherapiepraktijk
Evidencebased handelen in de gezondheidszorg is een noodzakelijk
en ethisch relevant streefdoel. Maar laten we daarbij niet
vergeten dat de mens zelf – en zeker zijn psyche –
nog niet volledig objectief ontrafeld is. Naast de evidencebased
approach bestaan er een aantal waardevolle ‘niet-evidencebased’
benaderingen die zowel het gezonde somatisch functioneren
als het evenwichtige psychisch functioneren van de patiënt
kunnen ondersteunen. Cranio-sacrale technieken zijn één
van deze mogelijke benaderingen, die gebaseerd zijn op een
ruime praktijkervaring en empirische kennis.
In de workshop zal ingegaan worden op de basisprincipes van
deze therapievorm. Daarbij is het belangrijkste doel van de
therapeutische relatie het nastreven van het globale welzijn
van de persoon. Dit welbevinden is niet altijd te vatten in
objectieve statistieken, maar vergt een open geest gebaseerd
op een uitgebreide anatomische kennis gecombineerd met ethische
principes.
Sessie 4: Stilstaan bij zin
en zijn: op weg naar een model van integrale geestelijke gezondheidszorg
Ulrike Dausel, psychologe en vrijzinnig moreel consulente
PCMD Antwerpen
Vanuit een bredere kijk als geestelijk verzorger schetst
Ulrike Dausel een model, waarin de verschillende disciplines
binnen de geestelijke gezondheidszorg zo vruchtbaar mogelijk
kunnen samenwerken. Daarbij gaat ze nader in op de plaats
van (psycho)therapie in relatie tot de inbreng van de andere
disciplines, zoals therapeuten, artsen, verpleegkundigen en
geestelijk verzorgers. Ze biedt voldoende ruimte tot het uitwisselen
van ervaringen en gedachten onder de deelnemers van de workshop.
Sessie 5: EvidenceBased Medicine
als inspiratiebron voor kwaliteitsvolle zorg: uitdagingen,
belemmeringen en wegwijzers.
Prof. dr. Etienne Vermeire, docent vakgroep Huisartsgeneeskunde
en vakgroep Verpleegkunde en vroedkunde Universiteit Antwerpen
en huisarts, en Nancy Steurs, verpleegkundige en master in
de verpleegkunde en vroedkunde, kwaliteitscoördinator
OPZ Geel
In deze workshop staat de relatie tussen kwaliteitsvolle
zorg en EvidenceBased Medicine (EBM) centraal. Deze term wordt
in ruime zin gebruikt: zowel de theoretische aspecten als
de praktische vaardigheden komen aan bod.
Er wordt uitgegaan van het gegeven dat elke hulpverlener
er naar streeft om de patiënten/cliënten kwaliteitsvolle
zorg te bieden.
Maar wat verstaan we onder kwaliteitsvolle zorg? En wat betekent
dit dan concreet, zowel op individueel niveau (relatie hulpverlener-cliënt),
als op organisatieniveau?
Na verduidelijking van het concept ‘kwaliteitsvolle
zorg’ wordt ingezoomd op het concept EBM als zodanig,
met de ontstaansgeschiedenis, de basisprincipes, en concrete
voorbeelden.
Vervolgens wordt de relatie tussen kwaliteitsvolle zorg enerzijds
en EBM anderzijds bekeken. Waar en hoe kunnen we ons laten
inspireren door EBM om te komen tot een kwaliteitsvolle zorg?
Waar situeren zich de bedreigingen en tegenstrijdigheden?
Tenslotte, hoe kunnen we concreet aan de slag met EBM? Waar
vinden we eenvoudig te bereiken bronnen om onze dagelijkse
zorg te optimaliseren?
Het einde van de psychotherapie?
Prof. dr. Paul Verhaeghe, psycholoog en psychoanalyticus,
gewoon hoogleraar Faculteit Psychologische en Pedagogische
wetenschappen Universiteit Gent en vakgroepvoorzitter van
de Vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie, psycholoog
en psychoanalyticus
Tegen de achtergrond van zijn binnenkort te verschijnen
boek Het einde van de psychotherapie: kroniek van een aangekondigde
dood, geeft Paul Verhaeghe een kritische analyse van de actuele
maatschappelijke context waarin psychotherapie en geestelijke
gezondheidszorg zich bevinden. Hij gaat in op een aantal bedreigingen
en formuleert een stellingname. Hij wijst op de verbanden
tussen politiek, economie, (zorg)management en de effecten
hiervan op de manier waarop gedacht wordt over menszijn (met
als gevolg een ‘depersonalisering’) en over de
zorg voor welzijn en gezondheid (met bijvoorbeeld als effecten
het werken met ‘productfinanciering’ en de mercantilisering
van het zorgaanbod). In een dergelijke context met een accentuering
van het biologisch-genetische dreigen de klassieke psychotherapeutische
methodes hun relevantie te verliezen.
Als stellingname formuleert Verhaeghe het volgende. Psychotherapie
moet zoveel mogelijk wetenschappelijk onderbouwd worden. Geen
zinnig mens zal zich verzetten tegen een onderzoek naar de
eventuele effectiviteit van de verschillende behandelingsvormen.
De manier waarop een dergelijk onderzoek uitgevoerd wordt,
en de wijze waarop de resultaten daarvan naar buiten gebracht
worden, zijn evenwel een andere zaak en kunnen onderdeel vormen
van totaal verschillende paradigma’s.
De courante boodschap luidt dat slechts een beperkt aantal
behandelmethodes zowel bruikbaar als wetenschappelijk zijn,
en de rest mag afgevoerd worden.
De boodschap van Verhaeghe roept op tot het omgekeerde. Slechts
een beperkt aantal onderzoeksmethodes zijn zowel bruikbaar
als wetenschappelijk, en het merendeel mag afgevoerd worden.
De eerste boodschap klinkt evenwel veel luider, en wordt om
een aantal redenen liever gehoord. Dit zou wel eens het einde
van de psychotherapie als dusdanig kunnen betekenen.
|