Naar de hoofdinhoud

Suïcidepreventie

Suïcide blijft een belangrijk thema in de geestelijke gezondheidszorg. Recente onderzoeken, goede praktijken, nieuwe richtlijnen en wetenschappelijk onderzoek leverden – samen met eigen ervaringen en inzichten – de input voor het opstellen van ons beleidsplan suïcidepreventie. Als leidraad geldt het principe van een klinische ladder. In de praktijk betekent dit dat er op verschillende niveaus in het zorgcentrum zorgverleners met een bijzondere expertise over suïcidepreventie aan de slag zijn. Op teamniveau is er minstens één antennepersoon die extra aandacht heeft voor het thema. De antennepersoon volgt wat er rond het thema leeft binnen het eigen team en welke noden er zijn. Daarnaast zorgt hij/zij ook mee voor de toepassing en bewaking van richtlijnen.

Per divisie (Jongeren, Volwassenen en Ouderen) is er een referentiepersoon die een gedeelte van de werktijd voor suïcidepreventie vrijgesteld is. Een referentiepersoon is gespecialiseerd in het thema voor de eigen doelgroep en heeft regelmatig contact met de antennepersonen. Ze geeft vorming en neemt deel aan kennisnetwerken zoals werkgroep Ketenzorg Suïcidale Jongeren en werkgroep Suïcidepreventie over de lijnen heen. Naast een consultfunctie kan ze ook nabesprekingen en nazorg in de teams ondersteunen.

Goed getrainde zorgverleners zijn cruciaal. Geregeld worden interne vormingen georganiseerd die sterk gericht zijn op de specifieke context binnen OPZ Geel. Zo wordt ingezoomd op de kunst van het interveniëren bij het omgaan met een acute suïcidale dreiging. De nieuwe richtlijnen zijn aangepast aan recente wetenschappelijke inzichten en internationale richtlijnen zoals NICE en Trimbos. Ook de Vlaamse richtlijn rond suïcidepreventie is geïntegreerd in het beleid. Eigen ervaringen binnen de instelling leidden tot verdere inhoudelijke en vormelijke verfijning van de procedure.